Van strubbeling tot succes: De 7 Levensfasen van elke organisatie
Elke organisatie – groot of klein, startup of multinational – beweegt zich door herkenbare ontwikkelingsfasen. In het boek Predictable Success beschrijft Les McKeown zeven fasen die organisaties doorlopen in hun levenscyclus. Het herkennen van deze fasen helpt leiders om bewust keuzes te maken voor duurzame ontwikkeling.
1. Eerste Strubbelingen (Early Struggle)
In deze fase vecht de organisatie om te overleven. De focus ligt op het vinden van een werkbaar businessmodel, het verkrijgen van klanten, en het genereren van voldoende cashflow om de operationele kosten te dekken. De organisatie is kwetsbaar, afhankelijk van een paar sleutelfiguren en alles staat of valt met het realiseren van ‘product-market fit’.
Uitdaging: Overleven met beperkte middelen.
Kernvraag: Kunnen we een winstgevend model creëren?
2. Pret (Fun)
Zodra de organisatie een werkend model heeft gevonden, breekt een fase aan van snelle groei en enthousiasme. Klanten komen binnen, winsten stijgen en medewerkers voelen zich betrokken. De besluitvorming is flexibel, er is veel energie en er hangt een pionierssfeer.
Uitdaging: Schaalbaarheid zonder structuur.
Kernvraag: Hoe houden we deze groei vast?
3. Wild Water (Whitewater)
Groei brengt complexiteit met zich mee. Structuren die vroeger werkten, beginnen te haperen. Fouten nemen toe, communicatie wordt moeilijker en het management krijgt te maken met chaos. De noodzaak voor processen, systemen en leiderschap neemt toe.
Uitdaging: Balans vinden tussen flexibiliteit en controle.
Kernvraag: Hoe organiseren we ons zonder bureaucratisch te worden?
4. Voorspelbaar Succes (Predictable Success)
De ideale fase: de organisatie is zowel flexibel als gestructureerd. Teams werken effectief samen, besluitvorming is doordacht maar snel, en de cultuur is gericht op innovatie én uitvoering. De organisatie heeft leiderschap op meerdere niveaus en kan duurzaam groeien.
Uitdaging: Voorkomen dat structuur overneemt van ondernemerschap.
Kernvraag: Hoe behouden we dit evenwicht?
5. Tredmolen (Treadmill)
De systemen en processen beginnen te domineren. Innovatie en creativiteit nemen af. De organisatie is nog steeds winstgevend, maar de ziel raakt langzaam uit het bedrijf. Focus ligt op controle, niet meer op vernieuwing.
Uitdaging: Terugvinden van ondernemerschap binnen bestaande structuur.
Kernvraag: Durven we risico’s te nemen
6. De Grote Sleur (The Big Rut)
Leiderschap verliest voeling met de werkvloer. Besluitvorming is traag, bureaucratie verstikt initiatieven, en klantgerichtheid neemt af. De organisatie draait nog op routine, maar de energie is weg.
Uitdaging: Doorbreken van verlammende patronen.
Kernvraag: Is er nog leiderschap met visie?
7. Doodsgereutel (Death Rattle)
De laatste fase. Pogingen om nieuw leven in te blazen – vaak via fusies, reorganisaties of overnames – komen te laat of zijn niet effectief. De organisatie verliest haar bestaansrecht en verdwijnt uiteindelijk van het toneel
Uitdaging: Overleven of waardig afsluiten.
Kernvraag: Kunnen we nog vernieuwen, of is het te laat?
Conclusie
Het model van Les McKeown is geen vaststaande route, maar een kompas. Organisaties hoeven niet onvermijdelijk richting verval te gaan. Door tijdig te herkennen in welke fase je zit en wat de dominante dynamiek is, kunnen leiders ingrijpen, bijsturen en nieuwe levensvatbaarheid creëren.
De sleutel? Leiderschap dat niet alleen stuurt, maar ook durft los te laten. Niet ieder proces moet strak zijn, niet elke beslissing moet op consensus rusten. Soms vraagt succes om structuur, soms om ruimte voor chaos. De kunst is het juiste te doen, op het juiste moment.